In een recente uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 28 juli 2026 is een uitspraak (nr. 37.758) van de Raad van Arbitrage in bouwgeschillen (RvA) vernietigd. De reden? De offerte van de aannemer waarin haar algemene voorwaarden inclusief arbitraal beding van toepassing werd verklaard is door opdrachtgever afgewezen. De aannemer is uiteindelijk toch aan het werk gegaan, maar zonder een nieuw aanbod te doen waarin de algemene voorwaarden met arbitraal beding van toepassing zijn verklaard. Het gerechtshof komt daarom tot het oordeel dat partijen geen arbitraal beding zijn overeengekomen. De RvA was daarom niet bevoegd om over het geschil te oordelen en het hof heeft de uitspraak vernietigd. Dit maakt voor partijen de weg vrij om het geschil opnieuw inhoudelijk voor te leggen aan de ‘gewone’ overheidsrechter. Maar wat zijn nou eigenlijk de belangrijkste verschillen tussen een procedure bij de overheidsrechter en arbitrage, meer specifiek de RvA?
Het uitgangspunt in het Nederlandse recht is dat geschillen worden voorgelegd aan de overheidsrechter. Als partijen willen dat geschillen worden beslecht door de RvA, dan zullen zij dit moeten afspreken. Dat kan vóór het ontstaan van een geschil in een arbitraal beding (bijvoorbeeld in een overeenkomst of algemene voorwaarden mits deze goed van toepassing worden verklaard), maar kan ook als het geschil zich al voordoet.
Gespecialiseerde arbiters
Een belangrijk voordeel van arbitrage is de specialistische kennis van arbiters. Een groot deel van de arbiters dat werkzaam is bij de RvA heeft een bouwkundige achtergrond en daarmee dus kennis van (bouw)zaken.
Een overheidsrechter is over het algemeen enkel juridisch onderlegd en zal voor specifieke vakkennis een deskundige moeten inschakelen om zich te laten informeren. Dat kost extra tijd én geld.
Kosten
Over het algemeen is een procedure bij de RvA duurder dan een procedure bij de overheidsrechter.
Bij de RvA betaalt de eiser eerst een waarborgsom (een voorschot) waarvan de hoogte wordt vastgesteld door de voorzitter met inachtneming van richtlijnen uit het waarborgsom-/moderatieschema. De RvA verrekent aan het einde van de procedure de gemaakte proceskosten met de waarborgsom. Onder de proceskosten bij de RvA vallen onder meer het honorarium van de arbiter(s), de zaalhuur, de uren van de secretaris etc. Deze kosten kunnen, met name bij zaken met een hoog financieel belang, flink oplopen. De uiteindelijke kostenverdeling tussen partijen wordt bepaald in het vonnis.
Bij de overheidsrechter betaalt de eiser maar in civiele zaken ook de verweerder een vast bedrag aan griffiekosten aan de rechtbank. Als eiser de procedure wint, wordt de verweerder meestal veroordeeld om de proceskosten, waaronder het griffierecht, aan eiser te betalen.
Zittingen
De zittingen van de RvA worden vaak in de buurt van de bouwlocatie gehouden, zodat arbiters indien nodig de technische geschilpunten kunnen bezichtigen.
De zittingen van overheidsrechters vinden plaats in de bevoegde rechtbank.
Discretie
Uitgangspunt bij de RvA is dat de zitting niet openbaar is. De pers heeft dus bijvoorbeeld geen toegang. Dat is alleen anders als partijen uitdrukkelijk het tegendeel afspreken. Alle uitspraken van de RvA worden in beginsel wel (geanonimiseerd) gepubliceerd, tenzij partijen aangeven dat niet te willen.
Zittingen bij de overheidsrechter zijn in principe openbaar en er worden geregeld uitspraken online gepubliceerd. Namen van rechtspersonen worden in principe niet gepseudonimiseerd.
Conclusie Of het handig is om te kiezen voor geschilbeslechting door de overheidsrechter of door de RvA hangt af van de situatie. Voor de RvA wordt over het algemeen vaker gekozen bij specialistische geschillen met een hoog financieel belang. Ook de discretie wordt in de afweging meegenomen. Dit neemt niet weg dat bij specialistische zaken met een lager belang geschilbeslechting door de RvA ook verstandig kan zijn. Heeft u behoefte aan advies of bijstand in een procedure bij de overheidsrechter of procedure bij de RvA? Neem contact op met de bouwrechtspecialisten van Rensen Advocaten.